Update:

 

Gelderland: 1e stikstofmaatregelen in de zomer

23 juni 2020

23-6-2020

 

Gelderland wil zo snel mogelijk beginnen met de 1e stikstofmaatregelen. In de zomer van 2020 starten keukentafelgespreken om te komen tot verduurzaming van de kalversector. Ook begint een proef met het meten van stikstofuitstoot per bedrijf, met behulp van sensoren van onderzoeksinstituut OnePlanet. Daarnaast heeft de provincie samen met Gelderse sectoren, waterschappen, en regio’s gewerkt aan een inventarisatie van mogelijke maatregelen om de stikstofproblematiek in Gelderland aan te pakken.

40 miljoen


Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland verwachten voor de stikstofmaatregelen, die nog in 2020 worden uitgevoerd, bijna € 40 miljoen nodig te hebben. Dat geld is om verduurzaming te versnellen. Dat wil zeggen het verminderen van stikstofuitstoot en natuurherstel door minder stikstofneerslag. “Natuurlijk hebben we nog niet alle antwoorden, maar daar hoeven we niet op wachten. Met een deel van de maatregelen kunnen we al beginnen. Dat is dankzij de inzet van onze Gelderse partners”, zegt Gelders gedeputeerde Peter Drenth. “We werken aan een oplossing die ook perspectief biedt aan onze inwoners. We willen kunnen genieten van de natuur en ook gewoon kunnen wonen, werken en leven. Dankzij de inzet van al onze Gelderse partners hebben we een uitgebreide lijst met mogelijke maatregelen per gebied. We gaan alles op de lijst doorrekenen om te bepalen welke maatregelen het meeste resultaat opleveren. We moeten kunnen aantonen dat het buiten beter gaat, en ik ben hoopvol dat dat gaat lukken.”

 

Gelderse stikstofbank

Provincie Gelderland heeft de afgelopen maanden samen met de Gelderse sectorpartijen uit de bouw, mobiliteit, landbouw, natuur, industrie, regio’s en waterschappen gewerkt aan een Gelders plan om de stikstofproblematiek aan te pakken. Daarbij is gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak voor de Veluwe, Achterhoek en Rijntakken. De Gelderse maatregelen zijn aanvullend op de landelijke maatregelen. Met de maatregelen werken we aan natuurherstel en stikstofreductie. Een deel van de vermindering van de stikstofuitstoot is om de natuur te herstellen. Er komt een Gelderse stikstofbank die ten goede komt aan maatschappelijk en economische ontwikkelingen in onze provincie.

 

Verduurzaming bouw, binnenvaart en industrie

Gelderland steekt onder andere nu geld in onderzoek naar verduurzaming van de bouw, binnenvaart en de industrie. Dat gaat om ongeveer € 2,5 miljoen. De bouw heeft onlangs zelf de Groene Koers Gelderland opgesteld om stikstofuitstoot tijdens bouwwerkzaamheden te verlagen. Onderzoek moet laten zien hoeveel de stikstofuitstoot omlaag gaat en wat er verder aan aanvullende maatregelen nodig is voor bouw bij natuur. Bij de industrie gaat het om onderzoek naar het combineren van het verminderen van CO2 uitstoot om klimaatverandering tegen te gaan en het verminderen van stikstofuitstoot. Ook werkt provincie Gelderland samen met het Expertise en Innovatie Centrum Binnenvaart om onderzoek te doen naar de verduurzaming van de binnenvaart. 8 provincies hebben zich hierbij aangesloten en dragen bij. Na deze zomer worden de 1e resultaten van het onderzoek verwacht. Gelderland deed in december al een oproep om de binnenvaart te verduurzamen om zo de stikstofuitstoot flink te verminderen.

 

Toekomst voor de landbouw

GS vinden het belangrijk dat er een toekomst blijft voor onze Gelderse boeren. Gelderland wil inzetten op de ontwikkeling van een duurzame natuurinclusieve landbouw. De agrarische sector in Gelderland heeft daar al heel veel in gedaan. De provincie gaat met agrarische ondernemers in gesprek over de toekomst van het bedrijf en de mogelijkheden om duurzamer te worden. Door COVID-19 zijn er binnen de agrarische sector ook een aantal bedrijven die in zwaar weer zitten. Het Rijk springt daarop in met een beëindigingsregeling voor veehouderijen met productierechten. Daar hoort de kalverhouderij niet bij. GS willen aanvullende Gelderse maatregelen om te zorgen voor een duurzaam toekomstperspectief voor deze sector. Ze kijken met keukentafelgesprekken wat de mogelijkheden zijn voor innovatie, het vinden van andere verdienmodellen, bedrijfsverplaatsing of eventueel bedrijfsbeëindiging. Hiervoor is zo’n € 10 miljoen voor innovatie en € 20 miljoen voor verplaatsing of bedrijfsbeëindiging nodig.

 

OnePlanet

Gelderland wil ook onderzoek naar een slimmere en efficiëntere inzet van geld van het Rijk. Het Rijk presenteerde in april 2020 plannen voor de aanpak van het stikstofvraagstuk, waarvoor € 5,9 miljard is uitgetrokken. Die aanpak levert nog onvoldoende op om én de natuur op de Veluwe te herstellen én maatschappelijk en economische activiteiten in Gelderland, en in de rest van Nederland die voor stikstof afhankelijk is van de Veluwe, mogelijk te maken. Met onderzoeksinstituut OnePlanet zetten we nieuwe meetmethoden in op een aantal proeflocaties bij varkenshouderijen en papierfabrieken. Deze sensoren maken het mogelijk voor de ondernemer om op elk moment op bedrijfsniveau de stikstofuitstoot, en de effecten van de maatregelen ervan te meten.

 

Effect van maatregelen

Van alle mogelijke maatregelen wordt nu berekend wat ze opleveren als het gaat om het verminderen van stikstofuitstoot, het zorgen voor natuurwinst, en de hoeveelheid tijd en geld ervoor nodig is. GS willen met de Gelderse partners inzetten op de maatregelen die het meeste effect hebben. Daarover komt na de zomer meer duidelijkheid.

 

Extern salderen

GS hebben tegelijkertijd ook een besluit genomen over extern salderen (stikstofruimte verkopen aan andere bedrijven) met agrarische bedrijven met dierrechten. GS willen dat voorlopig niet toe laten. Gelderland ziet dat steeds meer   initiatiefnemers, ook buiten de provincie, deze stikstofruimte op de Veluwe willen kopen. Daarover maken GS zich zorgen, want dat kan leiden tot ongewenste leegstand, verloedering van het landschap, onvoldoende ontwikkelruimte voor de Gelderse agrarische sector en een oneerlijke verdeling van stikstofruimte. Dit moet eerst opgelost worden.

Artikel is afkomstig van de website van de provincie Gelderland, klik hier.

 


 

Animo om ammoniak te kopen is vooral groot bij projectontwikkelaars

24 april 2020

 

Door de Limburgse beleidsregels omtrent extern salderen - de provincie heeft de dierrechten nooit aan ammoniak gekoppeld en had ook geen regels over ontschotting - konden de Limburgse veehouders en bedrijven buiten de landbouw handelen in stikstof. Volgens makelaar en adviseur Nard Driessen van Arvalis was de animo groot en moet de landbouw vrezen dat als bedrijven buiten de landbouw stikstof kunnen opkopen, er veel stikstof uit de landbouw verdwijnt.

 

In de andere provincies deden de geruchten de ronde dat ook de animo onder bedrijven buiten de landbouw groot was en dat er zelfs al ‘deals’ waren gesloten; zij het met ontbindende voorwaarden in afwachting van de definitieve regels over extern salderen. Maar de realiteit laat een ander beeld zien.

 

Marcel de Rooij, manager makelaardij van DLV-Advies: „ De geruchten dat boeren willen verkopen en bedrijven geïnteresseerd zijn, kloppen. Maar het klopt niet dat er nu al deals gesloten worden. Er wordt her en der wel ammoniak aangeboden, maar dat zijn vooral boeren die verwachten dat dit veel geld kan opleveren. Daarnaast zijn er wel contacten met bedrijven buiten de landbouw, maar vooralsnog zijn deze nog niet zo happig en gaat vooral over bouw. Bouwbedrijven zijn wel geïnteresseerd in stikstofruimte van bedrijven met een tijdelijke leegstand om de bouwperiode te overbruggen, maar kopen willen ze nog niet. Temeer ook omdat bouwbedrijven met nieuwe emissiearme apparatuur vaak geen extra stikstofruimte meer nodig hebben.”

 

De geluiden bij andere makelaars klinken identiek. „Er wordt wel geïnformeerd, maar er zijn geen transacties gesloten”, geeft Maarten van der Vleuten van Berkkerkhof makelaars aan. Ook bij Fred van Dijk van AgriVesta is niets bekend van transacties: „Anders had ik het zeker gehoord.” Jos Nielen van Agriteam ziet dat verkopers en kopers nog in afwachting zijn van de nieuwe regels. „Iedereen verkeerde afgelopen tijd nog in onzekerheid. Boeren hebben hun stikstof vastgehouden en wij konden niet direct vraag en aanbod bij elkaar brengen. Heel veel gebeurde er dus niet, maar we houden wel de ogen en oren open.”

 

Ammoniakhandel in Limburg

In vergelijking met andere provincies is er wel ‘handel’ in Limburg. Makelaar en adviseur Nard Driessen van Arvalis zit er boven op en heeft al veel contacten gelegd tussen verkopers en kopers van ammoniak. De korte tijd dat er in Limburg stikstofruimte is verhandeld of over eventuele transacties is onderhandeld, geeft voor Driessen aanleiding te denken dat er een behoorlijke hoeveelheid ammoniakruimte uit de landbouw zal verdwijnen

 

Complexe berekeningen

Wat de agrarisch makelaar en adviseur ook heeft ondervonden, is dat het bij elkaar brengen van vraag en aanbod onder de nieuwe regels behoorlijk complex is. „Voor 1 kilogram ammoniak staan ongeveer 7 NOx rechten. Maar dat is afhankelijk waar de ammoniak ligt. Hoe dichterbij een natuurgebied hoe waardevoller de ammoniak.”

 

Als een saldogever dicht bij een natuurgebied zit en de saldonemer ver weg van een natuurgebied, dan heeft een saldonemer weinig ammoniak nodig van deze saldogever; en andersom. Als de saldogever zijn ruimte aan een buurman geeft, ligt dat natuurlijk heel anders. „Het is ingewikkelde berekening en elke situatie moet je anders bekijken en beoordelen. Het is puur afhankelijk waar ligt er een aanbod en welke bedrijven hebben het nodig. Die vraag en aanbod moet bij elkaar gebracht worden en dat is complexer dan het voorheen was.”

 

Keuze saneren of toch doorgaan

Stoppers die mee hebben gedaan aan de Stoppersregeling kunnen geen gebruik maken van de regels van extern salderen. Datzelfde geldt voor varkenshouders die meedoen aan de saneringsregeling Varkenshouderij. Maar deze laatste boeren kunnen vooralsnog besluiten om niet aan de regeling mee te doen.

 

Nard Driesen: „De varkens- en biggenprijzen zijn op dit moment goed en men kan juist nu verdienen. Een aantal varkenshouders, dat zich heeft ingeschreven voor de saneringsregeling, moet nu de berekening maken wat voor hen gunstig is. Wat kan er worden verdiend als men nog een jaar doordraait. De varkenshouder moet zich dus afvragen: Doorgaan met produceren en op termijn de dierrechten en stikstofrechten separaat verkopen of toch mee te doen aan de saneringsregeling.”

 

Voor veehouderijen nabij een Natura 2000 gebied kan dat interessant zijn, omdat deze ammoniak duur betaald wordt. „Men moet daarbij niet vergeten dat de saneringsregeling fiscaal interessanter is, omdat dit een overheidsingrijpen betreft. Bij extern salderen moet hij of zij de verdiensten met de fiscus afrekenen.”

 

Artikel is van Reinout Burgers, journalist onder meer over de varkenshouderij en pluimveehouderij. Afkomstig van vee-en-gewas.nl.

 


 

Provincies gaan regie voeren bij extern salderen

24 april 2020

 

Provincies krijgen de regie in handen bij extern salderen. Dat blijkt uit de brief die landbouwminister Carola Schouten vanmiddag naar de Tweede Kamer stuurde.


Zo moet een initiatiefnemer (zowel publiek als privaat) bij extern salderen zich vooraf melden bij de provincie over een voorgenomen aankoop. Provincies kunnen zo op transparante wijze een aankoop afwegen in het licht van de gebiedsgerichte aanpak, aldus de minister in de Kamerbrief. Provincies krijgen ook de ruimte om in het kader van de gebiedsgerichte aanpak een vergunningaanvraag met extern salderen eventueel toe te kennen of af te wijzen.

 

Sloop of herbestemming

Om ongewenste effecten zoals leegstand te voorkomen, wil Schouten bijvoorbeeld sloop of herbestemming als voorwaarde voor extern salderen stellen. De minister wil hiermee, net als de provincies, ook het speculatief opkopen van stikstofruimte voorkomen. ‘Daartoe is in de provinciale beleidsregels opgenomen dat een directe samenhang dient te bestaan tussen het intrekken van de vergunning van de saldogever en de vergunningaanvraag van de saldo-ontvanger. Bovendien is in de provinciale beleidsregels, de saldo-ontvanger gebonden aan een realisatietermijn van drie jaar.’

 

Vrijvallende stikstofruimte

Schouten vindt het belangrijk om vrijvallende stikstofruimte, die ontstaat omdat bij extern salderen niet alle ruimte benut zal worden door de saldo-ontvanger, zo efficiënt mogelijk in te zetten. Daartoe werkt zij de mogelijkheid uit om vrijvallende ruimte bij extern salderen ook in te zetten voor het legaal houden van de meldingen. Ook werkt de minister aan een structureel systeem om deze vrijvallende stikstofruimte op hexagoon-niveau efficiënt in te zetten, bijvoorbeeld via een depositiebank die voor alle sectoren, waaronder de landbouw, beschikbaar is.

 

Maandelijks evalueren

Provincies en nationale overheid gaan maandelijks de effecten van extern salderen onderling bespreken en waar nodig bijsturen, waarbij wordt gekeken in welke mate de ongewenste effecten zich voordoen en bezien hoe extern salderen past binnen de gebiedsgerichte aanpak. Na een half jaar maken provincies en de minister een tussenbalans op en sturen waar nodig bij. Bovendien wordt de regeling om te beginnen voor één jaar opengesteld, waarna op basis van een grondige evaluatie van de omvang en de effecten wordt besloten of de regeling wordt verlengd. Voor de zomer maakt de minister, samen met de bevoegde instanties, duidelijk op welke manier en op welk moment extern salderen met veebedrijven wordt opengesteld.

 

Geen vergunningplicht beweiden en bemesten

Om onzekerheid rondom beweiden en bemesten en voor melders zoveel mogelijk weg te nemen, wil het ministerie van LNV en de provincies beweiden en bemesten niet vergunningplichtig maken. ‘Voor een goede bedrijfsvoering zijn beweiden en bemesten noodzakelijk. Deze lijn zullen wij inbrengen in de verschillende procedures die de komende maanden zullen plaatsvinden’, stelt Schouten in de Kamerbrief. Rijk en provincies hebben afgesproken voorlopig niet actief te zullen handhaven.

 

Verleasen van stikstofruimte hoort binnenkort tot de mogelijkheden. Hierdoor kan aan activiteiten met een tijdelijke en relatief beperkte stikstofdepositie een vergunning worden verleend.

 

5,1 miljard euro voor maatregelen

Het nieuwe maatregelenpakket telt op tot cira 5,1 miljard euro in de periode tot en met 2030. De tabel hieronder laat de verdeling van het geld zien per maatregel.

 

Gebiedsgerichte aanpak

De structurele aanpak werkt door in provincies en wordt voor een deel gebiedsgericht ingevuld. Deze gebiedsgerichte aanpak bestaat, naast maatregelen om de natuur te herstellen, uit nationale stikstofreductiemaatregelen die het Rijk neemt en gebiedsgericht worden geïmplementeerd en uit maatregelen die decentrale overheden nemen om stikstofreductie in regio’s te realiseren. Het is volgens Schouten van belang dat deze beide soorten maatregelen binnen de gebiedsgerichte aanpak zo worden ingezet dat deze optimaal uitwerken op de verbetering van de natuur in een bepaald gebied.

 

Het pakket aan nationale bronmaatregelen kan per gebied anders uitpakken. Dat maakt dat de gebiedsgerichte aanpak maatwerk is. In een ander deel van de gebieden zal, ondanks dat ook in die gebieden de stikstofbelasting zal afnemen, naar verwachting stikstof nog wel de beperkende factor blijven voor de instandhoudingsdoelen en zullen knelpunten de komende periode blijven bestaan, zo schrijft de minister in de Kamerbrief. In die gevallen zullen de provincies zelf waar mogelijk aanvullende maatregelen moeten nemen om ruimte te creëren voor vergunningverlening.

 

Stikstofmaatregelen melkveehouderij

De regering heeft verschillende stikstofmaatregelen uitgewerkt voor de melkveehouderij. Naast de eerder aangekondigde verlaging van het ruw eiwit in brok, is het de ambitie om het aantal uren weidegang te verhogen. Ook wil het kabinet het verdunnen van drijfmest stimuleren met een investeringssubsidie voor de opvang van regenwater. Daarnaast worden de emissienormen aangescherpt. voor nieuwe stallen, maar ook renovatieprojecten.

 

Artikel is van Stefan Buning, redacteur bij 'Agrio'. Afkomstig van vee-en-gewas.nl.

 


 

Dierrecht vervalt niet na extern salderen

 

Het kabinet gaat geen dierrechten afnemen van veebedrijven die worden opgekocht door andere bedrijven.

Er zullen wel randvoorwaarden worden uitgewerkt, om te voorkomen dat er ‘ongecontroleerde opkoop van veehouderijbedrijven’ door private partijen zal plaats hebben. ‘Hierdoor blijft het platteland ook leefbaar’, aldus het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer. De randvoorwaarden voor extern salderen worden in overleg tussen provincies en rijk uitgewerkt. Daarbij denkt het kabinet aan voorwaarden bij de vergunningafgifte voor de nieuwe activiteiten waarvoor de stikstofruimte wordt gebruikt. De eerder aangekondigde wijziging van de Meststoffenwet gaat niet door. Die wijziging zou nodig zou zijn om te voorkomen dat niet-landbouwbedrijven ongebreideld veehouderijbedrijven opkopen voor stikstofruimte.

 

Kabinetsbrief in het kort

► € 172 miljoen voor innovatie en verduurzaming van stallen
► € 350 miljoen voor gerichte vrijwillige opkoop van veehouderij
► Alle aanmeldingen sanering varkenshouderij worden gehonoreerd
► Fonds voor omschakeling naar kringlooplandbouw
► Rijksgrond (Staatsbosbeheer, Rijksvastgoedbedrijf) komt beschikbaar voor de landbouw
► Bij opkoop door Rijk vervallen dierrechten (productierechten)
► Als fosfaatplafond in aantal dierrechten is bereikt, zullen weer rechten worden uitgegeven
► Bij extern salderen (opkoop door andere bedrijven) zijn dierrechten vrij verhandelbaar
► Ongecontroleerd opkoop van veehouderijbedrijven wordt voorkomen
► Verleasen latente ruimte wordt mogelijk
► Geen vergunningplicht beweiden en bemesten

 

Vrijwillige opkoop

Minister Schouten zegt niet te weten wanneer de eerste bedrijven zullen worden opgekocht. Ze geeft aan dat dat een proces is waarbij boeren de tijd nemen en krijgen. Van belang vindt ze dat het om een vrijwillige regeling is. Hoeveel bedrijven kunnen worden opgekocht met het beschikbare geld kan Schouten niet aangeven. Ook omdat er van de provincies een bijdrage wordt verwacht. Over de bijdrage van de provincies zijn nog geen afspraken gemaakt.

 

Dierrechten

Het kabinet wil voorkomen dat er te veel dierrechten uit de markt verdwijnen. Dierrechten van bedrijven die stikstofruimte verkopen aan andere bedrijven (extern salderen), blijven op de markt en beschikbaar voor de veehouderij. Bij opkoop door de overheid (Rijk en provincies) zullen de productierechten wel worden ingenomen en geschrapt.

Het kabinet heeft opnieuw bevestigd dat er geen vergunningplicht komt voor beweiden en bemesten.

 

Fosfaatplafond

Rechten van bedrijven die door de overheid worden opgekocht, vervallen. Als het aantal fosfaatrechten onder het fosfaatplafond komt, zal het kabinet bekijken hoe rechten gericht kunnen worden ingezet aan bedrijven die extensiveren of omschakelen naar kringlooplandbouw.

 

Verleasen van latente ruimte

Het wordt mogelijk latente ruimte binnen de bestaande vergunning te verleasen. In de provincies worden regiobijeenkomsten georganiseerd om boeren duidelijkheid te geven over de kabinetsplannen die vrijdag 7 februari bekend zijn gemaakt. Bedrijfscoaches kunnen boeren helpen en begeleiden bij de keuzes waarvoor te staan. De regiobijeenkomsten zijn bedoeld om boeren goed te informeren en te helpen bij het maken van keuzes voor de juiste financiële regelingen en instrumenten.

 

Duidelijkheid

Het kabinet trekt tenminste € 512 miljoen uit voor gerichte opkoop van bedrijven (€ 350 miljoen) en voor innovatie en verduurzaming van stallen (€ 172 miljoen). Er komt mogelijk extra geld bij de warme sanering van de varkenshouderij, zodat alle aanmeldingen die aan de voorwaarden voldoen kunnen worden gehonoreerd.

 

Dat zijn hoofdpunten van de kabinetsbrief, die vrijdag is vastgesteld. Landbouwminister Schouten zei dat zij met deze brief meer duidelijkheid wil geven over de toekomst van boeren. “Dat is hét gesprek aan veel keukentafels. En niet alleen vanwege de stikstofproblematiek. Sommige boeren willen stoppen, sommige willen door. Het kabinet wil beide mogelijk maken”, aldus Schouten.

 

Omschakelfonds

De minister kondigt aan dat er omschakelfonds komt die is bedoeld voor boeren die willen extensiveren en meer grondgebonden willen werken. Dat fonds is bedoeld om financieringsproblemen te voorkomen of op te lossen. Bij de ontwikkeling van het fonds praat de minister met verschillende partijen in de sector. Zij hoopt daarover voor de zomer meer duidelijkheid te kunnen geven.

 

Grond van Rijksvastgoedbeheer voor landbouw

Voor de extensivering komt ook rijksgrond beschikbaar van Staatsbosbeheer en Rijksvastgoedbeheer. Grond van bedrijven die worden opgekocht of verplaatst, zal zo mogelijk ook weer voor de landbouw beschikbaar komen.

 

Zoals al eerder bekend werd, zullen alle varkenshouders, die zich hebben gemeld voor de warme sanering, in principe de mogelijkheid krijgen daaraan mee te doen. Als daar extra geld voor nodig is, boven de al beschikbare € 180 miljoen, zal het kabinet dat geld ervoor uittrekken. De sanering van de varkenshouderij zorgt ervoor dat omwonenden minder overlast ervaren, maar ook dat de stikstofneerslag op natuur vermindert.

 

Artikel is van Jan Braakman, parlementair verslaggever 'Boerderij'. Afkomstig van boerderij.nl.

 


 

Voortgang stikstofproblematiek: landbouw en gebiedsgerichte aanpak

 

Op 7 februari 2020 is een nieuwe Kamerbrief over de voortgang van de stikstofproblematiek gestuurd. Deze Kamerbrief gaat over maatregelen in de landbouw en een verdere impuls van de gebiedsgerichte aanpak. De Kamerbrief bevat ook enkele gewijzigde inzichten.

 

Belangrijkste punten

De belangrijkste punten uit de Kamerbrief van 7 februari 2020 zijn naar mijn mening de volgende:

  1. Er komt geen koppeling tussen de verkoop van ammoniakrechten ten behoeve van extern salderen en de inname van dier- en fosfaatrechten. Als een veehouder zijn ammoniakrechten verkoopt aan een private partij, behoudt hij zijn dier- en/of fosfaatrechten. Deze worden dan dus niet ingenomen. Deze zullen wel worden ingenomen bij opkoop van veehouderijen door de overheid.
  2. Het verleasen van ammoniakrechten wordt mogelijk om projecten met tijdelijke stikstofdepositie toe te kunnen staan.
  3. Beweiden en bemesten is niet vergunningplichtig.

Hieronder volgen de hoofdlijnen van de Kamerbrief.

 

Landbouw

In de landbouw komen er maatregelen voor stoppers en voor blijvers.

Voor stoppers wordt € 350 miljoen beschikbaar gesteld vanuit het Rijk. Dit bedrag is bedoeld om veehouders die willen stoppen gericht op te kopen. Dit is onderdeel van het gebiedsproces.

Voor blijvers wordt € 172 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag is bedoeld voor innovatieve, brongerichte verduurzaming van stallen.

 

Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen

Om de innovatieve, brongerichte verduurzaming van stallen te ondersteunen, wordt het ontwikkelen van nieuwe technieken gestimuleerd. Het gaat om technieken die alle schadelijke emissies in samenhang en brongericht reduceren en in de kringloop houden. Bovenop deze technieken kunnen innovatieve end of pipe technieken worden gebruikt. Deze mogen het risico op stalbranden echter niet vergroten en geen negatieve consequenties hebben voor dierenwelzijn.

Om investeringen in nieuwe technieken mogelijk te maken, wordt een subsidieregeling geopend. Het betreft de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv). Deze subsidieregeling bestaat uit twee subsidiemodules.

  1. Innovatiemodule: deze module ziet op onderzoek naar en het ontwikkelen van het gebruik van innovaties en managementmaatregelen.
  2. Investeringsmodule: deze module ziet op de uitrol van bewezen innovaties.

De innovatiemodule wordt naar verwachting in april 2020 opengesteld. De investeringsmodule is eind mei/juni 2020 voorzien.

Om innovatie te versnellen, werkt het kabinet ook aan meer ruimte in de regelgeving. Hiervoor wordt onder andere een wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij voorbereid. Ook wordt er een Taskforce Versnelling Innovatieproces ingesteld.

 

Maatregelen landbouw

Er wordt gewerkt aan verschillende maatregelen voor de landbouw, waaronder de volgende.

  1. Met het oog op perspectief voor blijvers én stoppers komt er een systeem van geregistreerde onafhankelijke bedrijfscoaches. Deze coaches helpen boeren op hun bedrijf stikstofreducerende maatregelen te nemen en/of te begeleiden naar de verschillende innovatie- en uitkoopregelingen.
  2. Boeren die willen extensiveren, omschakelen naar een andere bedrijfsvoering (bijvoorbeeld kringlooplandbouw) of verplaatsen naar een locatie verder weg van een Natura 2000-gebied, worden ondersteund. Omdat de beschikbaarheid van grond hierbij een belangrijke factor kan zijn, onderzoekt het kabinet hoe een grondbank en instrumenten voor landinrichting hiervoor ingezet kunnen worden.
  3. Boeren in de omgeving van Natura 2000-gebieden die willen stoppen, kunnen gericht worden opgekocht. Vrijwilligheid is hierbij het uitgangspunt.

Extensivering, verplaatsing en minnelijke verwerving van veehouderijen vinden plaats in de gebiedsprocessen.

Andere perspectiefvolle maatregelen die het kabinet ziet, betreffen het verminderen van eiwit in het voer (wat mogelijk is op grond van de Spoedwet aanpak stikstof), het vergroten van weidegang en het emissiearmer uitrijden van mest. Deze maatregelen zijn gericht op de melkveehouderij. In de varkenshouderij en de pluimveehouderij is het verminderen van eiwit in het voer ingrijpender. Bovendien zijn in deze sectoren de afgelopen jaren ook al stappen gezet.

Voor de varkenshouderij is het Programma Vitale Varkenshouderij het uitgangspunt voor de stikstofaanpak. Hierin neemt de sector ambitieuze maatregelen die leiden tot een forse reductie van ammoniak. Daarnaast zal de ammoniakemissie in de varkenshouderij fors afnemen door de Subsidieregeling sanering varkenshouderij. Het kabinet wil de ontvangen aanvragen van varkenshouderijen die aan de eisen voldoen honoreren.

 

Vrijkomende stikstofruimte

De stikstofruimte die vrijkomt bij het opkopen van veehouderijen, wordt in samenwerking met provincies ingezet. De stikstofruimte kan worden gebruikt voor:

  • herstel van de natuur;
  • het legaliseren van PAS-meldingen;
  • ontwikkelingen die in dat gebied noodzakelijk of gewenst zijn;
  • het oplossen van eventuele problematiek die volgt uit de uitzonderingen op het niet-vergunningsplichtig zijn van bemesten.
     

Productierechten

Eerder heeft de minister aangekondigd dat extern salderen met veehouderijen pas mogelijk is nadat de Meststoffenwet daartoe is gewijzigd. Bij verkoop van ammoniakrechten ten behoeve van extern salderen zouden namelijk de bijbehorende productierechten (dier- en/of fosfaatrechten) worden ingenomen.

Hiervan wordt nu afgezien. Bij verkoop van ammoniakrechten door private partijen worden de bijbehorende productierechten niet ingenomen. Productierechten zijn dan nog vrij verhandelbaar en kunnen worden gebruikt door een veehouder die hiervoor emissieruimte heeft in zijn natuurvergunning.

Als de overheid veehouderijen opkoopt, zullen de bijbehorende productierechten wel worden ingenomen en doorgehaald.

 

Extern salderen

Extern salderen met veehouderijen moet op korte termijn gestart kunnen worden. Ongerichte en ongecontroleerde opkoop van veehouderijen moet hierbij worden voorkomen. Daarom zal extern salderen plaats moeten vinden binnen de gebiedsgerichte aanpak.

Op die manier kan vrijkomende stikstofruimte ook effectief worden ingezet. Een initiatiefnemer moet de depositie die hij veroorzaakt, op ieder gebied (ieder hexagoon) mitigeren. Om dat te bereiken via het opkopen van bedrijven zullen in veel gevallen meerdere bedrijven moeten worden opgekocht, terwijl een initiatiefnemer per bedrijf vaak lang niet alle vrijkomende stikstofruimte nodig heeft. Daarom is het effectiever om benodigde en vrijkomende ruimte met elkaar te verbinden als onderdeel van het gebiedsproces. Provincies hebben daarin een sturende rol.

 

Verleasen

De minister zet zich ervoor in om verleasen mogelijk te maken. Een ondernemer kan een deel van zijn niet benutte stikstofruimte in zijn vergunning op tijdelijke basis beschikbaar stellen aan een andere initiatiefnemer (privaat, publiek). Het verleasen van stikstofruimte kan alleen aan activiteiten die tijdelijk stikstofdepositie veroorzaken en niet aan activiteiten die permanent stikstofdepositie veroorzaken.

Voor verleasen gelden vergelijkbare eisen als voor extern salderen. Dit betekent dat:

  • het uitgangspunt de gerealiseerde capaciteit is;
  • de niet gerealiseerde capaciteit in de vergunning niet gebruikt kan worden om te verleasen;
  • gedurende de looptijd van de overeenkomst 70% van de verleasde stikstofruimte kan worden ingezet (na beëindiging van het verleasen geldt weer de situatie van daarvoor).

Hierbij moet wel gegarandeerd worden dat de verleasde ruimte niet dubbel wordt gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door dit vast te leggen in een overeenkomst. Die overeenkomst wordt dan overgelegd bij de aanvraag van de natuurvergunning door de initiatiefnemer die stikstofruimte nodig heeft.

 

Beweiden en bemesten

Overeenkomstig het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ heeft de minister met de provincies afgesproken om beweiden en bemesten niet vergunningsplichtig te maken. Hierop kunnen enkele uitzonderingen bestaan, bijvoorbeeld als het grondgebruik structureel is veranderd. Deze uitzonderingen zullen in beeld worden gebracht.

 

Agenda

De komende periode staan in ieder geval de volgende punten nog op de ‘stikstofagenda’:

  • februari 2020: een kabinetsreactie op het ‘Advies luchtvaartsector’ van het Adviescollege stikstofproblematiek;
  • februari 2020: publicatie van de Subsidiemodule brongerichte verduurzaming stal en managementmaatregelen;
  • februari/maart 2020: openstelling stikstofregistratiesysteem;
  • voorjaar 2020: aanpak natuurherstel en -verbetering;
  • voorjaar 2020: volgende (bron)maatregelen in de betrokken sectoren;
  • voorjaar 2020: vaststellen van een streefwaarde voor de reductie van stikstofuitstoot in 2030;
  • voor zomer 2020: een kabinetsreactie op het advies voor de lange termijn van het Adviescollege stikstofproblematiek;
  • zomer 2020: eerste resultaten van de doorlichting van Natura 2000-gebieden;
  • zomer 2020: voortgang grondbank en instrumenten voor landinrichting.

Artikel is van Franca Damen, advocaat Damen Legal. Afkomstig van francadamen.com.

 


 

Diverse mogelijkheden voor varkenshouders die willen stoppen

 

Vooral voor stoppende varkenshouders zijn er, zeker als stikstofrechten verkoopbaar worden, meerdere mogelijkheden. “Voor varkenshouders die willen stoppen, zijn er nu drie mogelijkheden”, legt Ruitenbeek uit. “De eerste mogelijkheid is voor varkenshouders dichtbij een Natura 2000-gebied. Provincies hebben geld gekregen om de meest vervuilende bedrijven op te kopen.” Ruitenbeek verwacht hier echter niet al te veel van. “Het budget dat hiervoor beschikbaar is gesteld, is niet groot genoeg.”


In de tweede plaats kunnen ze zich aanmelden voor de saneringsregeling die vanuit de overheid wordt gefaciliteerd. Ruitenbeek verwacht dat er varkenshouders zijn die hieraan deel willen nemen, maar nog even de discussie over stikstofrechten afwachten. Ruitenbeek adviseert varkenshouders die overwegen te stoppen, om zich sowieso aan te melden voor de saneringsregeling. “Een aanmelding betekent nog niet dat je ook definitief deelneemt”, aldus Ruitenbeek. “Mocht er tussentijds meer duidelijkheid komen over de stikstofrechten en de prijzen daarvan, dan kan een ondernemer altijd nog zijn aanmelding intrekken.” 

 

Artikel afkomstig uit 'De Boerderij', 7 december 2019.

 


Citaat van Addy uit een artikel in het magazine 'Melkvee'

 

"Meerdere componenten bepalen straks de prijs van stikstofrechten. Omdat de egel nu worden opgetuigd met zoveel toetsers en bellen, vraag ik me af of partijen nog wel trek hebben in externe salderen. Ook voor kopers van stikstofrechten wordt het lastiger en duurder. Externe saldering is niet gunstig voor blijven boeren. Ammoniakrechten worden kostbaar en dat is geen goede ontwikkeling.Ik ben benieuwd wanneer meer duidelijkheid komt over eht gebied waarop externe saldering plaatsvindt, dat bepaalt grotendeels de prijs. Ik mer dat boeren nu al benadert worden door projectontwikkelaars en bouwbedrijven met overeenkomsten. Mijn advies is: teken nog niets. Provincies stippelen nu beleid uit en zoeken afstemming met het Rijk. De ene kilo stikstof kan straks veel meer waard zijn dan de andere".

 


 

Reactie van het kabinet 4 oktober.

 

Extern stikstofsalderen wordt weer mogelijk, dat heeft minister Carola Schouten bekend gemaakt in de persconferentie op vrijdag 4 oktober. Op deze persconferentie reageerde ze namens het kabinet op het onderstaande rapport van commissie Remkers. Veel is er nog onduidelijk maar ze maakte wel bekend dat er 30% afroming zal plaatsvinden. Verder gaf de minister aan dat de provincie besturen verantwoordelijk zijn voor het precies beleid betreft stikstof salderen. Zodra hier meer over te melden is zullen wij u daarover informeren.

 

Lees hier de reactie van het kabinet.

 


 

Kort termijn advies commissie Remkes 25 september.

 

Woensdag 25 september heeft de commisie Remkes een advies uitgebracht voor maatregelen op kort termijn. De regering neemt een week de tijd om met een reactie op dit adviesrapport te komen. Extern salderen maakt ook zeker deel uit van dit rapport, exacte uitwerking én wat de regering hier mee gaat doen is nog onduidelijk. Het gedeelte uit het rapport wat gaat over extern salderen is hieronder opgenomen zodat u niet het hele document hoeft door te lezen.

 

 

Lees het hele rapport op de site van de Rijksoverheid.

 

 

Extern salderen

 

In de notitie van de interbestuurlijke programmadirectie stikstof worden verschillende mogelijkheden van extern salderen geschetst (individueel/depositiebank), worden mogelijkheden benoemd voor het vullen van een salderingsbank en wordt ingegaan op verschillende opties voor afromen van de rechten van de saldo-gevende activiteit. Daarnaast bevat de notitie suggesties voor het formuleren van extra randvoorwaarden (beleidsregels) aan het extern salderen (bijvoorbeeld duurzaamheidseisen, uitsluiten van ongewenste categorieën, aanvullende onderbouwing over emissiebeperkende maatregelen of het gebruik van de best beschikbare technieken).

 

Reactie Adviescollege

Salderen is een beschikbaar juridisch instrument, dat kan worden ingezet. Zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk, is het Adviescollege van mening dat, gezien de doelstelling om structureel emissies te reduceren, in alle gevallen afroming moet plaatsvinden, dus ook bij interne of externe saldering.

 

Zonder aanvullende eisen of beleidsregels kan intern salderen leiden tot depositietoename, wanneer niet-benutte (latente) ruimte alsnog wordt benut. Omdat doelen gehaald moeten worden, is afroming van latente ruimte naast de reductie van emissies een leidend principe in dit advies. In antwoord op de vraag of in relatie tot dit punt aanvullende regelgeving passend zou zijn, adviseert het Adviescollege om de randvoorwaarden vast te leggen in beleid en bij intern salderen minder vergaand af te romen dan bij externe saldering.

 

Vanuit economisch perspectief is het Adviescollege voorstander van extern salderen omdat daarmee een prikkel ontstaat om zo efficiënt mogelijk met emissies om te gaan. Stikstof krijgt hierdoor een prijs waardoor er voor de vrager een financiële prikkel ontstaat om de stikstofuitstoot te verminderen en voor de andere partij om te stoppen met zijn activiteiten. Het marktmechanisme zorgt ervoor dat stikstof geprijsd wordt naar de schaarste die regionaal ontstaat.

 

Bij externe saldering zijn er in zijn algemeenheid twee mogelijkheden:

  • Externe saldering tussen private partijen. Daarbij moet het in stand houden van piekbelastingen worden voorkomen. Dit kan door een plafond in beleidsregels op te nemen (bijvoorbeeld de maximering zoals onder het PAS, met een hardheidsclausule). Externe saldering bergt het gevaar in zich van verrommeling van locaties die zijn opgekocht. Indien op grotere schaal wordt gesaldeerd, neemt dit probleem toe. Vanuit gemeenten en provincies dient te worden onderzocht hoe aandacht kan worden besteed aan de ruimtelijke kwaliteit.
  • Een tweede mogelijkheid is saldering via overheidsinterventie, bijv oorbeeld door het (weer) oprichten van depositiebanken. Ook in dat geval moeten randvoorwaarden worden gesteld aan onder andere afroming en uitgifte.

 

Het realiseren van de natuurdoelen is essentieel. Differentiatie van de mate van afroming per Natura 2000-gebied kan daaraan bijdragen. Aangezien dit nader onderzoek vergt, is het voor de korte termijn aan te bevelen om aanvankelijk uit te gaan van hetzelfde afromingspercentage in alle gebieden en op een later moment invulling te geven aan gebiedsspecifieke afroming, waarbij bij extern salderen de dan geldende overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW) als maatstaf kan worden gehanteerd voor het percentage dat wordt afgeroomd.

 

Verdeling van ruimte is een taak van de overheid. Regie is nodig, omdat schaarse ruimte zo goed mogelijk moet worden benut. Van belang is dat op dit gebied in alle provincies en door het Rijk dezelfde werkwijzen worden gehanteerd. Het Adviescollege beveelt Rijk en provincies aan hierover op korte termijn gezamenlijk beleidsregels te formuleren. Deze werkwijze betekent dat er op de langere termijn een depositiebank kan ontstaan. Het is zinvol hier nader onderzoek naar te doen. 

 

Bij deze ontwikkeling dient ook goed te worden nagedacht over de juiste prijsprikkel zodat op de langere termijn prikkels blijven bestaan om zo efficiënt mogelijk met stikstof om te gaan. Zolang er geen depositiebank is ingericht, voeren de provincies – vanuit de rol van vergunningverlener – de regie op het extern salderen.