Diverse mogelijkheden voor varkenshouders die willen stoppen

 

Vooral voor stoppende varkenshouders zijn er, zeker als stikstofrechten verkoopbaar worden, meerdere mogelijkheden. “Voor varkenshouders die willen stoppen, zijn er nu drie mogelijkheden”, legt Ruitenbeek uit. “De eerste mogelijkheid is voor varkenshouders dichtbij een Natura 2000-gebied. Provincies hebben geld gekregen om de meest vervuilende bedrijven op te kopen.” Ruitenbeek verwacht hier echter niet al te veel van. “Het budget dat hiervoor beschikbaar is gesteld, is niet groot genoeg.”


In de tweede plaats kunnen ze zich aanmelden voor de saneringsregeling die vanuit de overheid wordt gefaciliteerd. Ruitenbeek verwacht dat er varkenshouders zijn die hieraan deel willen nemen, maar nog even de discussie over stikstofrechten afwachten. Ruitenbeek adviseert varkenshouders die overwegen te stoppen, om zich sowieso aan te melden voor de saneringsregeling. “Een aanmelding betekent nog niet dat je ook definitief deelneemt”, aldus Ruitenbeek. “Mocht er tussentijds meer duidelijkheid komen over de stikstofrechten en de prijzen daarvan, dan kan een ondernemer altijd nog zijn aanmelding intrekken.” 

 

Artikel afkomstig uit 'De Boerderij', 7 december 2019.

 


Citaat van Addy uit een artikel in het magazine 'Melkvee'

 

"Meerdere componenten bepalen straks de prijs van stikstofrechten. Omdat de egel nu worden opgetuigd met zoveel toetsers en bellen, vraag ik me af of partijen nog wel trek hebben in externe salderen. Ook voor kopers van stikstofrechten wordt het lastiger en duurder. Externe saldering is niet gunstig voor blijven boeren. Ammoniakrechten worden kostbaar en dat is geen goede ontwikkeling.Ik ben benieuwd wanneer meer duidelijkheid komt over eht gebied waarop externe saldering plaatsvindt, dat bepaalt grotendeels de prijs. Ik mer dat boeren nu al benadert worden door projectontwikkelaars en bouwbedrijven met overeenkomsten. Mijn advies is: teken nog niets. Provincies stippelen nu beleid uit en zoeken afstemming met het Rijk. De ene kilo stikstof kan straks veel meer waard zijn dan de andere".

 


 

Reactie van het kabinet 4 oktober.

 

Extern stikstofsalderen wordt weer mogelijk, dat heeft minister Carola Schouten bekend gemaakt in de persconferentie op vrijdag 4 oktober. Op deze persconferentie reageerde ze namens het kabinet op het onderstaande rapport van commissie Remkers. Veel is er nog onduidelijk maar ze maakte wel bekend dat er 30% afroming zal plaatsvinden. Verder gaf de minister aan dat de provincie besturen verantwoordelijk zijn voor het precies beleid betreft stikstof salderen. Zodra hier meer over te melden is zullen wij u daarover informeren.

 

Lees hier de reactie van het kabinet.

 


 

Kort termijn advies commissie Remkes 25 september.

 

Woensdag 25 september heeft de commisie Remkes een advies uitgebracht voor maatregelen op kort termijn. De regering neemt een week de tijd om met een reactie op dit adviesrapport te komen. Extern salderen maakt ook zeker deel uit van dit rapport, exacte uitwerking én wat de regering hier mee gaat doen is nog onduidelijk. Het gedeelte uit het rapport wat gaat over extern salderen is hieronder opgenomen zodat u niet het hele document hoeft door te lezen.

 

 

Lees het hele rapport op de site van de Rijksoverheid.

 

 

Extern salderen

 

In de notitie van de interbestuurlijke programmadirectie stikstof worden verschillende mogelijkheden van extern salderen geschetst (individueel/depositiebank), worden mogelijkheden benoemd voor het vullen van een salderingsbank en wordt ingegaan op verschillende opties voor afromen van de rechten van de saldo-gevende activiteit. Daarnaast bevat de notitie suggesties voor het formuleren van extra randvoorwaarden (beleidsregels) aan het extern salderen (bijvoorbeeld duurzaamheidseisen, uitsluiten van ongewenste categorieën, aanvullende onderbouwing over emissiebeperkende maatregelen of het gebruik van de best beschikbare technieken).

 

Reactie Adviescollege

Salderen is een beschikbaar juridisch instrument, dat kan worden ingezet. Zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk, is het Adviescollege van mening dat, gezien de doelstelling om structureel emissies te reduceren, in alle gevallen afroming moet plaatsvinden, dus ook bij interne of externe saldering.

 

Zonder aanvullende eisen of beleidsregels kan intern salderen leiden tot depositietoename, wanneer niet-benutte (latente) ruimte alsnog wordt benut. Omdat doelen gehaald moeten worden, is afroming van latente ruimte naast de reductie van emissies een leidend principe in dit advies. In antwoord op de vraag of in relatie tot dit punt aanvullende regelgeving passend zou zijn, adviseert het Adviescollege om de randvoorwaarden vast te leggen in beleid en bij intern salderen minder vergaand af te romen dan bij externe saldering.

 

Vanuit economisch perspectief is het Adviescollege voorstander van extern salderen omdat daarmee een prikkel ontstaat om zo efficiënt mogelijk met emissies om te gaan. Stikstof krijgt hierdoor een prijs waardoor er voor de vrager een financiële prikkel ontstaat om de stikstofuitstoot te verminderen en voor de andere partij om te stoppen met zijn activiteiten. Het marktmechanisme zorgt ervoor dat stikstof geprijsd wordt naar de schaarste die regionaal ontstaat.

 

Bij externe saldering zijn er in zijn algemeenheid twee mogelijkheden:

  • Externe saldering tussen private partijen. Daarbij moet het in stand houden van piekbelastingen worden voorkomen. Dit kan door een plafond in beleidsregels op te nemen (bijvoorbeeld de maximering zoals onder het PAS, met een hardheidsclausule). Externe saldering bergt het gevaar in zich van verrommeling van locaties die zijn opgekocht. Indien op grotere schaal wordt gesaldeerd, neemt dit probleem toe. Vanuit gemeenten en provincies dient te worden onderzocht hoe aandacht kan worden besteed aan de ruimtelijke kwaliteit.
  • Een tweede mogelijkheid is saldering via overheidsinterventie, bijv oorbeeld door het (weer) oprichten van depositiebanken. Ook in dat geval moeten randvoorwaarden worden gesteld aan onder andere afroming en uitgifte.

 

Het realiseren van de natuurdoelen is essentieel. Differentiatie van de mate van afroming per Natura 2000-gebied kan daaraan bijdragen. Aangezien dit nader onderzoek vergt, is het voor de korte termijn aan te bevelen om aanvankelijk uit te gaan van hetzelfde afromingspercentage in alle gebieden en op een later moment invulling te geven aan gebiedsspecifieke afroming, waarbij bij extern salderen de dan geldende overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW) als maatstaf kan worden gehanteerd voor het percentage dat wordt afgeroomd.

 

Verdeling van ruimte is een taak van de overheid. Regie is nodig, omdat schaarse ruimte zo goed mogelijk moet worden benut. Van belang is dat op dit gebied in alle provincies en door het Rijk dezelfde werkwijzen worden gehanteerd. Het Adviescollege beveelt Rijk en provincies aan hierover op korte termijn gezamenlijk beleidsregels te formuleren. Deze werkwijze betekent dat er op de langere termijn een depositiebank kan ontstaan. Het is zinvol hier nader onderzoek naar te doen. 

 

Bij deze ontwikkeling dient ook goed te worden nagedacht over de juiste prijsprikkel zodat op de langere termijn prikkels blijven bestaan om zo efficiënt mogelijk met stikstof om te gaan. Zolang er geen depositiebank is ingericht, voeren de provincies – vanuit de rol van vergunningverlener – de regie op het extern salderen.